Meerwerkkosten vallen niet onder opgedragen werk (week 12)
Meerkosten | minderkosten
Deze zaak gaat over de aanbesteding van een renovatieproject en gedeeltelijke nieuwbouw van 2 gemeentelijke zwembadcomplexen in de gemeente Drimmelen. Na de aanbesteding is met 4 marktpartijen een bouwteamovereenkomst aangegaan. Naar het oordeel van het hof geldt dat voor een aantal meerwerkposten voldoende door BB is onderbouwd dat deze niet vallen onder het opgedragen werk, noodzakelijk waren en zijn uitgevoerd. Daar komt bij dat in de desbetreffende gevallen BB onweersproken vooraf heeft bericht aan de directievoerder dat haar inziens sprake is van meerwerk, hetgeen door de directievoerder is bevestigd, zoals blijkt uit door BB in het geding gebrachte correspondentie. (ECLI:NL:GHSHE:2024:4052, Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, Datum uitspraak 17 december 2024, Datum publicatie 18 maart 2025)
Feiten en omstandigheden
De zaak gaat over de aanbesteding van een renovatieproject en gedeeltelijke nieuwbouw van 2 gemeentelijke zwembadcomplexen. Na de aanbesteding is met de 4 marktpartijen een bouwteamovereenkomst aangegaan. De bouwteamfase had als doel te komen tot een uitvoeringsgereed ontwerp. Na het doorlopen van de bouwteamfase is per perceel een aanneemovereenkomst gesloten en is de aanneemsom per onderdeel vastgesteld. De aannemer verantwoordelijk voor het bouwkundige deel van de opdracht (perceel a.) vordert in deze procedure betaling van openstaande facturen. Volgens hem is het werk afgerond en opgeleverd. Volgens hem zijn ook meer werkzaamheden uitgevoerd dan aanvankelijk afgesproken. De afgesproken aanneemsom ziet volgens hem niet op die aanvullende werkzaamheden. Hij heeft daarom meerwerkfacturen gestuurd naar de Gemeente. Omdat de Gemeente zijn facturen niet betaalt is hij deze procedure gestart. Volgens de Gemeente heeft die aannemer de aan hem opgedragen werkzaamheden (nog) niet geheel en niet tijdig afgerond. Het wel uitgevoerde werk is volgens de Gemeente op onderdelen niet goed uitgevoerd. De rechter zegt o.a. het volgende:
Bouwteam
“De Gemeente heeft met een beroep op de wijze van contractvorming voor dit project, te weten aanbesteding voor deelname aan het bouwteam en prijs- en contractvorming tijdens de bouwteamfase voorafgaand aan de opdrachtverlening voor de uitvoeringsfase, toegelicht dat de overeengekomen bouwsom in de Aanneemovereenkomst een vaste aanneemsom betreft. BB had het werk voor die overeengekomen vaste prijs moeten uitvoeren. Een prijsverhoging voor reeds opgedragen werk is daarom niet aan de orde volgens de Gemeente.”
Aanspraak op meerwerkvergoeding
“Voor zover het verweer van de Gemeente uitsluitend is gebaseerd op het ontbreken van voorafgaande goedkeuring harerzijds dan wel waarschuwing zijdens BB - kan indien sprake is van meerwerk waarvan de Gemeente de noodzaak van de daaruit voortvloeiende prijsverhoging uit zichzelf had moeten begrijpen - BB alsnog aanspraak maken op een meerwerkvergoeding. Naar het oordeel van het hof geldt dat voor onderstaande meerwerkposten, nu voldoende door BB is onderbouwd dat deze niet vallen onder het opgedragen werk, noodzakelijk waren en zijn uitgevoerd. Daar komt bij dat in de desbetreffende gevallen BB onweersproken vooraf heeft bericht aan de directievoerder dat haar inziens sprake is van meerwerk, hetgeen door de directievoerder is bevestigd, zoals blijkt uit door BB in het geding gebrachte correspondentie. Gelet het voorgaande houdt een verwijzing naar de afspraken in de bouwvergadering en de waarschuwingsplicht, geen voldoende concrete betwisting in van het gemotiveerd door BB onderbouwde meerwerk. Dat heeft ook te gelden voor meerwerkposten ten aanzien waarvan de Gemeente betoogt dat deze niet kunnen worden toegewezen omdat deze niet volgens de daarvoor afgesproken methode zijn ingediend.”
Conclusie
Het hof:
- veroordeelt de gemeente tot betaling aan BB van een bedrag van 103.488,14 euro uit hoofde van meerwerkfacturen;
- veroordeelt BB tot betaling aan de gemeente van een bedrag ad 16.960,00 euro uit hoofde van contractuele boetes wegens te late oplevering, te vermeerderen met de wettelijke rente indien BB daartoe niet binnen veertien dagen na betekening van dit arrest overgaat tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt BB tot terugbetaling van hetgeen door de Gemeente aan BB ter uitvoering van het vonnis in eerste aanleg is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente indien BB daartoe niet binnen 14 dagen na betekening van dit arrest overgaat tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt BB tot betaling van 23.769,88 euro uit hoofde van minderwerk, te vermeerderen met de wettelijke rente indien BB daartoe niet binnen 14 dagen na betekening van dit arrest overgaat tot de dag der algehele voldoening;
(VdLC publishers/consultants BV, 26 maart 2025)
Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl